Museum Smallingerland toont serie 'Gestichtstekeningen' van Klaas Koopmans

Koopmans

GARYP/DRACHTEN - Het Museum Smallingerland toont vanaf zaterdag een bijzondere serie kunstwerken van Klaas Koopmans uit Garyp.
Het gaat om portretten die hij maakte van medepatiënten tijdens vier perioden die hij doorbracht in verschillende psychiatrische ziekenhuizen.
'Gestichtstekeningen' noemt de inmiddels 78-jarige Koopmans ze zelf.
De tentoonstelling, die de titel 'Meiminsken' heeft gekregen, is daarom zo bijzonder, omdat de kunstenaar, samen met zijn dochter Akke, elke afzonderlijke tekening de afgelopen jaren van commentaar heeft voorzien.
"Het museum in Drachten heeft vierhonderd tekeningen van mij en een heel klein deel daarvan wordt permanent geëxposeerd," aldus Koopmans. "Ze hebben vast en zeker gedacht dat het materiaal nog eens flink onder de aandacht gebracht moet worden, voordat ik tachtig ben. Natuurlijk streelt het mij. Ieder mens is wel een beetje ijdel. Maar voor mij is eigenlijk het aller belangrijkste om de mensen te laten zien dat er altijd hoop. Dat het toch weer goed kan komen, hoe diep het dal waarin je zit ook is. En ik was ver heen hoor."

Klaas Wybe Koopmans wordt in 1920 in Garyp geboren. Na hem komen er nog veertien broertjes en zusies. Vader Wybe verdient de kost als huisschilder en ook Klaas gaat in het 'verversvak'. In de zomermaanden is het razend druk, maar in de winter is er tijd om regelmatig met de schildersezel het veld in te gaan. Tijdens de oorlog krijgt hij in Leeuwarden tekenles van Teake van der Woude. Iets waarvan hij, naar hijzelf zegt, heel veel profijt heeft gehad. In 1948 exposeert de dan 28-jarige kunstenaar voor het eerst. Hij is dan inmiddels getrouwd met Hinke Bosma, met wie hij acht kinderen krijgt. Een jaar na de eerste expositie, een dag na de geboorte van de drieling, gaat het mis.

"Ik had het druk in het verversvak, maar wilde me ook opwerken als kunstenaar. Ik raakte overspannen, werd zelfs bang van mijn eigen schaduw. Ongetwijfeld speelde de spanning rond de zwangerschap van mijn vrouw ook een rol. Ik wilde eerst ook niet geloven dat het er drie waren. De dominee moest mij ervan overtuigen."Zeven weken lang wordt hij verpleegd in een kliniek in Zuidlaren. Elektroshocks zijn een onderdeel van de therapie. Hij krijgt er wel een eigen kamer om te kunnen tekenen en schilderen. Daardoor beschouwt hij die periode ook als een mooie vakantie. Er werken 27 verpleegsters, die stuk voor stuk door Koopmans worden vereeuwigd. De geneesheer-directeur bedankt hem naderhand voor het fraaie werk dat hij achterliet en schenkt hem een schildersezel die nu, vijftig jaar later, nog altijd in gebruik is.

"Die bedankbrief hebben we een paar weken geleden weer teruggevonden op zolder," vertelt Koopmans. "Mijn dochter Akke zal binnenkort proberen om de tekeningen uit die tijd te achterhalen, want uit die periode hebben we helemaal niets meer. Toch schrijft die geneesheer direkteur dat ze daar aan de wand hangen. Ze zullen dus hoogstwaarschijnlijk nog wel ergens zijn.Vijf jaar geleden is de Stichting 'Gestichtstekeningen van Klaas Koopmans' opgericht. Het zou leuk zijn om ook de tekeningen die ik tijdens de eerste opname maakte daar in onder te kunnen brengen.

"Want het is eigenlijk een historisch dokument," vult dochter Akke Berends-Koopmans aan. "Er is namelijk heel weinig op het gebied van kunst en psychiatrie. Zeker niet van kunstenaars die zelf patiënt zijn. Heit zat er bovendien in een periode dat alle mensen 'met een vlekje' bij elkaar werden gestopt. Als je manisch depressief was ging je naar Franeker, maar daar zaten toen ook demente bejaarden en verstandelijk gehandicapten. Ik ben er zelf de laatste jaren heel intensief mee bezig. Heit wordt tenslotte een dagje ouder. Daarom zijn we ook bij iedere tekening een commentaar gaan schrijven. Hij heeft gelukkig een ijzeren geheugen. Wanneer hij een tekening ziet weet hij werkelijk nog alles te vertellen over diegene die erop staat.

Opvallend is dat op verreweg de meeste tekeningen alleen maar mannen staan. "Maar dat is niet zo vreemd hoor," legt Koopmans uit. "In die tijd was de afdeling voor de mannen strikt gescheiden van die voor de vrouwen. De enkele vrouwen die ik destijds heb getekend, observeerde ik door het raam. Bijvoorbeeld wanneer ze liepen te wandelen in de tuin. Zelf wordt ik nog altijd het meest getroffen door het verdriet dat van de tekeningen afstraalt. Die hangende hoofden, de handen aan het gezicht... In de meeste van mijn medepatiënten zat dan ook geen greintje blijheid meer."

In de zomer van 1954 wordt het Koopmans weer teveel. Hij gaat opnieuw naar Zuidlaren, maar daar blijkt het regime behoorlijk veranderd. Het gaat er autoritair aan toe. Van tekenen en schilderen kan geen sprake zijn. Het moet dus allemaal stiekem gebeuren. Dat is ook de reden dat hij de tekeningen maakt op oude tabakszakjes, enveloppen, chocoladedoosjes en kleine papiertjes die hij gemakkelijk in zijn broekzakken kan verstoppen. Hij tekent met balpen, potlood en zèlfs met rode lippenstift. "En ik bewaarde elk krabbeltje. Ik had toen al in de gaten dat het bijzonder was wat ik maakte."
Vijf jaar later gaat het wederom fout. "Het 'overkwam' mij, in tegenstelling tot veel anderen, vaak tijdens 'it langst fan'e dagen'. In de zomermaanden dus. Ik wilde niet meer naar Zuidlaren, dus ging ik naar Franeker. Ik heb er ruim zeven maanden doorgebracht. Hoewel ik ook daar niet echt mijn gang kon gaan, werd het tekenen niet zozeer verboden. Ik kon goed opschieten met de broeders. Dat waren niet mensen die, zoals dat tegenwoordig het geval is, geleerd hadden met psychiatrische patiënten te werken. Het waren gewoon ambachtslieden. Meubelmakers en zo. Daar kon ik dus prima mee praten."

Pas in maart 1960 lukt het de familie om Klaas Koopmans weer naar huis te krijgen. Het was in die tijd een hele toer om iemand uit een gesloten inrichting als Groot Lankum te krijgen. Daar moest jan en alleman toestemming voor geven. Je was ook gewoon een nummer. Mijn moeder deed er alles aan, die kwam vaak op bezoek en belde iedere dag. 'Dy jonge moat nei hûs' zei ze dan. Zelf had ik er op het laatst niet eens zoveel problemen meer mee. Ik had een oude fiets en trok er regelmatig op uit. In alle dorpen rond Franeker heb ik zitten schilderen."

In 1963 wordt de kunstenaar nogmaals opgenomen in Franeker, maar na vier weken is hij alweer thuis. Sindsdien gaat het prima. Op zijn zestigste stopt hij als huisschilder, waardoor hij zich helemaal kan gaan richten op het schilderen en tekenen. "Maar eigenlijk is mijn produktie niet eens zoveel hoger geworden", bekent hij. "Vroeger moest het vaak altijd 's avonds na het werk. Nu ik 'vrij man' ben moet ik me er echt toe zetten. Het komt maar sporadisch voor dat mijn vingers echt jeuken om een schilderij te mij maken. Ik ben en blijf een scharrelaar."Koopmans Hinke

"Ik vond het beroep dat ik uitoefende overigens helemaal geen straf hoor. Er waren wel eens mensen die, wanneer ik ergens stond te schuren, zeiden 'U bent toch Klaas Koopmans, moet u dit nederige werk nou nog doen?" Maar ja, er moest brood op de plank komen. We hadden tenslotte acht kinderen. Een heel gezin en een hele zorg voor mijn vrouw in de perioden dat ik moest worden opgenomen. Eigenlijk zouden ze een standbeeld voor haar moeten oprichten. Het is maar een klein vrouwtje, maar een temperament... 'Ja, sa wif as ik wie, sa stabyl wie myn frou'. Als zij me er niet doorheen geholpen had, dan weet ik niet wat er van me terecht zou zijn gekomen."

"Ze durft alleen niet te vliegen, dat is wel jammer. Ik zou namelijk dolgraag eens naar Canada gaan. We hebben de afgelopen jaren al heel wat afgereisd Vorig jaar zijn we zelfs drie keer in het buitenland geweest. Zweden, Noorwegen, Italië, Spanje en Portugal, overal hebben we genoten. Maar het mooist vinden we toch Engeland en Schotland. Daar hebben we nu al een keer of negen rondgekeken. Dat verveelt ons nooit. We hebben de folders van het reisbureau alweer binnen. Maar eens zien waar de volgende reis naartoe gaat..."

(Uit: Drachtster Courant, woensdag 27 januari 1999, door Reinier Zwart, foto's Harry Blokzijl)

totop
Rabskute.JPG

 'De Rabbelskûte' 23e jaargang nr.1 van 13 september 2019 is uit. De Garipersite heeft weer enkele artikelen voor u overgenomen.

De volgende Rabbelskûte verschijnt op 15 november 2019.
Kopij inleveren uiterlijk vrijdag 8 september om 19:00 uur bij Anne Albada, Feanhústerpaad 12, 9263 RN in Garyp.
Zo mogelijk via het e-mailadres van de dorpskrant derabbelskute@gmail.com

Collecterooster 2019

  • 18-11 t/m 24-11 Nationaal MS Fonds